Na de herhaalde vroege-ochtend-excursie op Otters, Bevers en allerlei gevederde vriendjes voor het tweede deel van de groepen, togen we na het ontbijt naar Menzlin. Vandaag een mix van cultuur-prehistorisch onderricht en hedendaags vogelen. Het Peenedal was al in voorhistorische tijden bewoond en een van de opvallende overblijfselen daarvan is een aantal grafheuvels, opgeworpen door vooral “Wikingen” maar ook wel “Slawen”. Deze zijn intussen voor een klein deel blootgelegd en al wandelend daarlangs kregen we het een en ander aan interessants van een Vikingenexpert te horen. Dat deze de interesse met allerlei vogels moest delen deerde hem niet, hij “tipte” ons zelfs!

N a dit prehistorische uitje werd er weer “echt” in de buurt gevogeld, met vooral moeras- en watervogels als doelwit: men spotte o.a. Brilduiker, Zomertaling, Kraanvogel en Kwartelkoning (!). Afhankelijk van de tijd die er nog voor overbleef werd de middag ergens anders doorgebracht. Groep 1 deed dit net ten westen van Anklam, waar een vernatte polder werd bezocht. Hier stalen Witwangsterns, Zeearend en een broedkolonie van minstens 70 paartjes broedende of nestbouwende Geoorde Futen de show. Groep 2 ging naar het kustmoeras oostelijk van Anklam, men hoorde/zag er o.a. Grauwe Kiekendief, Grote Kare-kiet, Bosruiter, Sprinkhaanzanger en Snor.

Het avondprogramma vermeldde een moerasvogel-excursie, vooral op de (kleine) rallensoorten gericht. Jammer genoeg werd de tocht voor groep 1 afgelast (teveel wind en ook regenachtig), groep 2 kwam tot teleurstelling en verbazing van de excursieleider niet verder dan alleen de Waterral. Voor groep 1 was er gelukkig wel compensatie: de excursieleider hield in het pension een rallenlezing die best interessant was. Maar toch wel jammer: de verwachtingen bij iedereen in beide groepen waren best wat hooggespannen voor deze excursie.